Terug naar eerdere gegevens
 Vlasserij Cornelis van Nes Rijsoord.

Cornelis van Nes bezocht van zijn 5e tot zijn 11e de openbare school te Rijsoord. Van zijn 11e tot zijn 17e jaar werkte hij in het vlasbedrijf van zijn vader. Ondanks hard werken, bood de vlasserij geen bestaans-mogelijkheden en was zijn vader genoodzaakt het vlassen te staken. Alle bezittingen werden verkocht en het gezin verhuisde naar een oud huisje aan de Waaldijk.

Zijn vader werd pachter van een visserij in de Waal. Cornelis moest elders gaan werken. In het voorjaar wieden bij de boeren en in de zomer en winter werken in het vlas. Bij werktijden van 11 uur per dag verdiende hij tussen de 60 cent en een gulden per dag. In 1861 21 jaar oud begon hij voor eigen rekening bij de vlassers in de buurt lokken en lijnzaadafval te kopen, die hij met een kruiwagen naar zijn ouderlijk huis vervoerde.

Na bewerking met de hand verkocht hij de lokken aan Rotterdamse handelaren. Het bewerkte lijnzaadafval verkocht hij aan olieslagerijen. Van een olieslagerij uit Dodrecht leende hij fl. 300,- en bouwde hiermee op het erf een schuurtje t.b.v. zijn lokkenbewerking. Het begin was er!

In 1865 trouwde hij met Willempje Schop, ze werkte mee in het bedrijfje. Toen het gezin zich uitbreidde begon ze met fl 200,- geleend geld een winkeltje in peekoffie, kant en krullenmutsen. In 1867 kocht Cornelis een pand genaamd het "ashok" voor fl 600,- In 1869 bouwde Cornelis naast het ashok een huisje schuin tegenover zijn ouderlijk huis. In 1875 werd het afgebroken en vervangen door de huidige woning op Waaldijk nr 11.
In 1871 leende hij fl 2000,- en bouwde een houten schuur met een zwingelarij aan de Waaldijk. Nu was er sprake van een echte vlasserij. Het koste moeite om het hoofd boven water te houden en er werd gezocht naar middelen voor andere inkomsten. Het optreden als commissie koopman van lijnzaad voor de fima P.J. Lucardie & Zn uit Rotterdam bood nieuwe mogenlijkheden. Eveneens het opkopen, inpakken en verzenden van gezwingeld vlas voor een Belgische handelaar.

Iedere Maandag ondernam Cornelis in alle vroegte de voetreis naar Rotterdam, 3 uur gaans. Daar bezocht hij in de havens de beurtschippers om monsters op te halen van vlas en lijnzaad en hun produkte op de Beurs te verkopen. Daarna werden de schippers opnieuw bezocht om hen te zeggen waar ze hun goederen moesten afleveren. Hiermee verdiende hij geld en aanvaarde s'avonds laat ook weer te voet de thuisreis.

In 1875 werd de zaak uitgebreid met een steenkolen en turfhandel. Ook de verkoopwaren van het winkeltje van zijn vrouw werd uitgebreid met gerst en tarwe. Door uitbreiding kwam de behoefte voor een machinale bewerking van het vlas. In 1881 wilde Cornelis een machinaal vlasbewerkingsbedrijf aan de Pruimendijk aankopen. Maar de financiering hiervan kwam niet rond. Echter in 1883 slaagde Cornelis er wel in met behulp van de Rotterdamse vlashandelaar
G.F.F. Lucardie. Het gezin verhuisde in 1869 naar de Pruimendijk waar ze tot hun dood hebben gewoond. De bewerking van vlas kon nu op grotere schaal plaats vinden.

Besprekingen met de Hr. Lucardie leidde tot de oprichting van een vennootschap. De Hr. Daum, schoonvader van de Hr. Lucardie werd met een inbreng van fl 30.000,- vennoot. In 1875 stichtte de Hr. Meijer een nieuw vlasbedrijf aan de Waaldijk. Deze ging echter in 1884 failliet.
Het complex werd door Cornelis van Nes gekocht. Zo ontstond dus het bedrijf dat gespreid was over de Pruimendijk en de Waaldijk.

Door opkomst van nieuwe technieken, stoomturbines en later elektriciteit werd het bedrijf in de loop der jaren vele malen gemoderniseerd. Het bedrijf kende rampspoed en voorspoed en het bedrijf werd ook enige malen geteisterd door brand. Ondanks de crisisjaren en de 2e wereldoorlog heeft het bedrijf stand weten te houden. Veel mensen uit Rijsoord en omgeving hebben bij het bedrijf gewerkt en tal van personeelsleden woonden in huurwoningen van het bedrijf.

In de jaren 60 is de vlasindustrie bijna geheel uit Nederland verdwenen. De opkomst van de kunstvezel en vlasprodukten uit Rusland tegen dumpprijzen was een te zware concurentie. In 1970 besloot de direktie de vlasserij te sluiten en was dat het einde van de vlasbedrijven in Nederland.

Firma Meijer en van Nes (Florus vader van Cornelis van Nes).
Terug naar eerdere gegevens